Seizoen 2

Maarten van Dam ziet als boer én investeerder de waarde van een gezonde bodem

14-01-2026
Maarten van Dam ziet als boer én investeerder de waarde van een gezonde bodem

Wat gebeurt er als je jarenlang alles doet wat het landbouwsysteem van je vraagt – opschalen, optimaliseren, investeren – en er onderaan de streep steeds minder overblijft? Maarten van Dam vertelt in aflevering 30 van de podcast Leaders in Food hoe die vraag hem dwong zijn hele kijk op landbouw te herzien. Zijn verhaal is geen ideologisch pleidooi, maar een nuchtere analyse van wat wel en niet werkt. En vooral: een zoektocht naar de vraag of duurzame landbouw economisch ook klopt.

De droom van groot en efficiënt

Van Dam begon zijn loopbaan met het opzetten van grootschalige landbouwbedrijven in Oost-Europa. Hij vertelt hoe aantrekkelijk dat model destijds was: grote kavels, moderne machines en een duidelijke focus op efficiëntie en volume. Alles was gericht op optimalisatie per hectare en kostenreductie via schaal.

Maar naarmate de jaren verstreken, begonnen de cijfers een ander verhaal te vertellen. Wat hem vooral raakte, was dat dit geen incident bleek, maar een patroon. “Over een periode van tien jaar gaven we zo’n 50 procent méér uit aan inputs, voor misschien dezelfde output – en onder aan de streep bleef er weinig over.”

Efficiëntie leidde niet tot rust of stabiliteit, maar tot een systeem waarin boeren steeds harder moesten rennen om op dezelfde plek te blijven. Het landbouwmodel beloont korte termijn opbrengst, maar straft boeren op de lange termijn met uitgeputte bodems en steeds hogere afhankelijkheid van externe inputs zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Dat besef maakte voor hem duidelijk dat ‘nog efficiënter’ niet de oplossing was.

Het roer radicaal om

In plaats van verder te schalen, koos Van Dam voor een radicale koerswijziging. In de podcast vertelt Van Dam hoe hij zich is gaan verdiepen in bodemgezondheid, ecologie en regeneratieve landbouw. Niet vanuit ideologie, maar vanuit ondernemerschap: wat maakt een landbouwbedrijf nu écht toekomstbestendig?

Die nieuwe benadering kreeg vorm op zijn boerderij Schevichoven, waar hij samen met zijn vrouw laat zien hoe een landbouwsysteem met meer verschillende gewassen, minder externe inputs en meer aandacht voor de bodem in de praktijk werkt. Van Dam benadrukt dat dit geen stap terug is in de tijd, maar juist een andere vorm van innovatie: werken mét natuurlijke processen in plaats van ertegenin.

Een sleutelpositie tussen boer en investeerder

Die combinatie van praktijk en kapitaal maakt Van Dams rol bijzonder. Naast zijn werk op Schevichoven is hij partner bij investeringsfonds Pymwymic (Put Your Money Where Your Meaning Is Community). Het fonds investeert al meer dan dertig jaar en haalde ruim 100 miljoen euro op bij zo’n 250 investeerders.

Waar Schevichoven draait om te laten zien dat regeneratieve landbouw kan werken, richt Pymwymic zich op het mogelijk maken van die transitie op grotere schaal. Het fonds investeert in technologieën en bedrijven die boeren helpen om duurzamer te werken.

Voorbeelden van dit soort ‘transformatietechnologie’ zijn oplossingen die het gebruik van bestrijdingsmiddelen drastisch kunnen verminderen, soms met 60 tot 80 procent, door slimmer te meten wat er op het land gebeurt. Ook investeert Pymwymic in data gedreven landbouw: technologie die boeren inzicht geeft in hun bodem, gewassen en ecosystemen, en die data vertaalt naar concrete acties op het erf.

Een deel van deze technologieën test en ervaart van Dam ook op Schevichoven. Niet elk systeem is één-op-één toepasbaar, maar de boerderij fungeert wel als realiteitscheck: wat werkt in de praktijk, waar schuurt het en welke aannames kloppen niet?

Geld verdienen met regeneratieve landbouw

Kan een boer met een systeem zoals dat op Schevichoven ook echt zijn brood verdienen? Op Schevichoven bouwt Van Dam bewust aan een bedrijf zonder vrijwilligers, zonder subsidies en zonder directe verkoop aan consumenten. “We werken tegen groothandelsprijzen, juist om te laten zien dat dit model ook voor andere boeren kan werken.”

De sleutel zit volgens hem in de bodem. “Wij zien de bodem echt als ons belangrijkste bedrijfsmiddel, als een machine,” legt Van Dam uit. “Die is veel beter in staat om overvloed te creëren dan welke input dan ook.”

In cijfers betekent dat een potentieel omzetniveau van circa 30.000 euro per hectare, bijna tien keer zoveel als bij gangbare akkerbouw. Daar staat tegenover dat het systeem arbeidsintensiever is, maar de kosten voor kunstmest en chemie vrijwel verdwijnen. “Dan mikken we op zo’n 7.000 euro resultaat per hectare,” aldus Van Dam.

Kennis delen door te doen

Van Dam benadrukt dat Schevichoven niet hét model is, maar één van de vele mogelijke routes. “Wij zijn maar één van de tien, vijftien modellen die je kunt bedenken.” De ambitie is niet om anderen te overtuigen met een blauwdruk, maar om te laten zien dat regeneratieve landbouw economisch serieus genomen kan worden.

Juist daarom is zijn combinatie van rollen zo relevant. De dagelijkse praktijk op de boerderij voedt zijn werk bij Pymymic, terwijl de investeringen in technologie en data weer terugvloeien naar het land. „Het eerste wat we moeten laten zien,” zegt Van Dam, “is dat het rendabel is. En het tweede is dat het kopieerbaar is.”