Wat als restproducten uit de voedselindustrie geen eindstation zijn, maar juist het begin van nieuwe, hoogwaardige ingrediënten? In de podcast Leaders in Food vertelt Rutger van Rooijen, commercieel directeur van Greencovery, hoe het bedrijf met een verrassend simpele technologie deze opnieuw waarde geeft. Sojavliezen, cacaoschillen en zelfs korsten van Parmezaanse kaas krijgen zo een tweede leven in het voedselsysteem.
Greencovery werd in 2020 opgericht door Carlos Cabrera, een jonge uitvinder met een technische achtergrond. Hij ontwikkelde een gepatenteerde ‘milde fractioneringstechnologie’ waarmee complexe reststromen kunnen worden opgesplitst in waardevolle bouwstenen: eiwitten, vezels en in sommige gevallen vetten en antioxidanten. Van Rooijen stapte begin 2024 in als commercieel directeur om die technologie ook daadwerkelijk naar de markt in te brengen.
Brug tussen technologie en markt
Die rol past Van Rooijen als gegoten. Na bijna dertig jaar in de voedingsindustrie – onder meer bij DSM en Zeelandia – ziet hij zichzelf vooral als bruggenbouwer tussen innovatie en commerciële toepassing. “Innovatie is pas innovatie als er ook een markt voor is,” zegt hij in de podcast. Bij Greencovery vertaalt hij die visie naar businessmodellen, partnerships en gesprekken met vaak nog terughoudende voedselproducenten.
Want hoe aantrekkelijk het idee ook klinkt – minder verspilling én nieuwe ingrediënten – de praktijk is weerbarstig. Veel reststromen verdwijnen nu nog naar veevoer of worden verbrand. Dat levert producenten weinig op, maar het is wel eenvoudig. Greencovery vraagt voedselproducenten om een andere manier van kijken: deze stromen niet zien als kostenpost, maar als grondstof.
De kracht van eenvoud
Wat Greencovery onderscheidt, is de eenvoud van de technologie. In essentie werkt het proces met een waterige oplossing. Wanneer het bijproduct daarin wordt gebracht, zakken de vezels naar de bodem. Daardoor kunnen de eiwitten efficiënt worden geïsoleerd, zonder agressieve chemicaliën of energie-intensieve stappen. Het resultaat: functionele eiwitten met goede schuim- en emulgeereigenschappen, en vezels die inzetbaar zijn als verdikkings- of structureringsmiddel.
Neem okara, de pulp die overblijft bij de productie van sojamelk en tofu. Die stroom wordt nu grotendeels als veevoer afgezet. Met de technologie van Greencovery kan okara worden opgesplitst in een eiwitfractie en een vezelfractie. Het eiwit kan vervolgens weer worden gebruikt om nieuwe sojamelk of tofu te maken; de vezels vinden hun weg naar andere voedingsapplicaties.
Hetzelfde principe geldt voor cacaoschillen, die nu vaak worden verbrand. Daaruit haalt Greencovery vezels, eiwitten en antioxidanten, die opnieuw kunnen worden ingezet in cacao- en chocoladeproducten. Zelfs Parmezaanse kaaskorsten blijken een rijke bron van smaak, vet en eiwit, geschikt voor toepassingen zoals sauzen of mayonaise.
Terug in de keten
Het uiteindelijke doel van Greencovery is helder: bijproducten terugbrengen in het voedselsysteem als volwaardige ingrediënten. Niet door zelf grootschalig ingrediënten te verkopen, maar door technologie te licentiëren en samen te werken met de producenten van de reststromen zelf. Idealiter staat de Greencovery-installatie direct naast de fabriek waar de reststroom ontstaat. Zo blijft transport beperkt en kan de producent zijn eigen bijproduct opnieuw benutten.
Volgens Van Rooijen ligt daarin de sleutel tot impact. “Duurzaamheid en economie moeten samen gaan,” zegt hij. “Als het alleen duurzaam is maar niet rendabel, blijft het een niche.” Greencovery wil laten zien dat het anders kan: minder verspilling, meer waarde en ingrediënten die gewoon weer op het bord van de consument belanden.
De technologie staat klaar. Nu is het aan de voedingsindustrie om de stap te zetten van afval naar grondstof.